Kwaliteit en zorg

Zorg voor de leerlingen

Als school kiezen wij voor groepsgericht passend onderwijs. De zorg voor de leerlingen uit de groep loopt volgens een vaste structuur en valt onder de verantwoordelijkheid van de leerkracht.

Leerlingen ontwikkelen zich sprongsgewijs. Dat vraagt van ons dat we de ontwikkeling goed bijhouden, om steeds aan te blijven sluiten bij het kind. Voor de start van het nieuwe schooljaar vindt er een overdracht plaats, zodat de nieuwe leerkracht goed kan aansluiten bij de ontwikkelingen van de nieuwe groep leerlingen. Dit gebeurt door middel van het aanvullen/invullen van het overdrachtsformulier. Dit is een document dat gedurende de gehele schoolperiode van uw kind ‘meegroeit’ én er vindt een mondelinge overdracht plaats tussen de leerkracht van het afgelopen schooljaar en de nieuwe leerkracht. Kort na de start van het nieuwe schooljaar wordt er ook met ouders een gesprek gevoerd (het omkeergesprek) waarin ouders aan de nieuwe leerkracht over hun kind kunnen vertellen. Voor nieuwe leerlingen, zoals kleuters, vindt er een overdracht plaats vanuit de peuterspeelzaal of het dagverblijf door middel van een overdrachtsformulier. Na enkele weken op school heeft u een gesprek met de leerkracht van uw kind om te bespreken hoe de start op de basisschool is gegaan. Daarnaast wordt er een intake vragenlijst ingevuld en besproken om een zo goed mogelijk beeld van uw kind te krijgen.

De zorg voor de leerlingen loopt volgens een vaste structuur en valt onder de verantwoordelijkheid van de leerkracht(en) van het kind. In elke groep bieden wij groepsgericht en opbrengstgericht passend onderwijs.

Meerdere keren per jaar houden de leerkrachten samen met de intern begeleider een bespreking.

De intern begeleider vervult de rol van kwaliteitscoördinator, leercoördinator en zorgcoördinator en is het aanspreekpunt voor alle leerkrachten. Zij adviseert de leerkracht en geeft desgewenst coaching en/of video-interactie-begeleiding.
Bij deze bespreking gaat het om de school, de groepen als geheel, en individuele leerlingen en de organisatie in de klas. Daarbij wordt gewerkt volgens het volgende principe:

school-> groep -> leerling.

Concreet betekent dit dat we schooldoelen stellen, bepalen wat het aanbod per groep moet zijn om deze doelen te behalen en welke accenten er voor individuele leerlingen gelegd moeten worden.

Daarbij letten we op de volgende factoren:

  • Vaardigheidsgroei 
  • Leerdoelbeheersing
  • Motivatie
  • Evenwicht in leren (niet te moeilijk en niet te makkelijk)

Deze factoren bekijken we halfjaarlijks en daar passen we eventueel ons aanbod en de organisatie op aan. Wij gebruiken hierbij steeds de schooldoelen en de groep als uitgangspunt en niet de individuele leerling: wij bieden groepsgericht passend onderwijs  (volgens het principe school->groep->leerling) en géén individueel onderwijs.

Wij bieden in elke groep per kernvak (rekenen, taal, spelling, lezen)  in principe 3 soorten aanbod:

  • Intensief aanbod
  • Basis
  • Verrijkt/verbreed

Er wordt aan hetzelfde leerdoel gewerkt maar de mate van begeleiding, zelfstandigheid en duur van het aanbod verschillen. Concreet betekent dit dat lager scorende leerlingen binnen een groep standaard een intensiever aanbod (extra/verlengde instructie, meer leertijd) ontvangen.

We kijken ook naar de ontwikkeling van de executieve functies. Deze functies zijn, naast leervermogen, een hele grote (zo niet de grootste) voorspeller van het schoolsucces van leerlingen en verdienen daarom ook zeker onze aandacht.

Voor het overgrote deel van onze leerlingen is deze wijze van werken heel effectief, een enkele leerling zal een aangepast aanbod nodig hebben. Dit zijn leerlingen die gedurende een langere periode, ondanks aanpassingen in aanbod  (> 2 meetmomenten, > één schooljaar) opvallen op de volgende manier(en):

  • Er is geen sprake van vaardigheidsgroei ten opzichte van de vorige meting(en)
  • De leerdoelen zijn onvoldoende beheerst 
  • De motivatie neemt af
  • Er is geen evenwicht in leren
  • De executieve functies zijn niet voldoende ontwikkeld
  • Het gedrag is niet passend bij de ontwikkeling die we mogen verwachten

In zo’n geval kan besloten worden tot het bieden van individuele hulp. Deze hulp kan gericht zijn op gedrag of op het vergroten van de executieve functies (de regelfuncties van de hersenen die nodig zijn om gedrag te sturen om doelgericht en efficiënt te kunnen handelen) , op de lesstof, of op een combinatie.

In sommige gevallen maken we gebruik van een remedial teacher op school. Dit doen we alleen in gevallen waarbij het voor de leerkracht niet mogelijk is om de gevraagde hulp binnen de groep te bieden. (voor verdere informatie zie criteria voor RT)

Als het probleem zich beperkt tot technisch lezen en evt. een combinatie van technisch lezen/spellen kan er, in overleg met ouders, besloten worden een leerling aan te melden voor een dyslexie-onderzoek.

Als de extra hulp binnen de groep of  in een uitzonderlijk geval  door de remedial teacher binnen de school geen of onvoldoende effect heeft gehad, kan het kind besproken worden met een orthopedagoog en/of psycholoog van ons samenwerkingsverband  PassendWijs (de schoolcontactpersoon). Dit kan (na toestemming van ouders) op twee manieren:

  •  Tijdens een consultatie met de schoolcontactpersoon, IB’er en de leerkracht en evt. ouders (afhankelijk van de hulpvraag)
  • In het zorgteam (ZT), bestaande uit de IBer, de leerkracht, ouders, de schoolcontactpersoon, schoolverpleegkundige en de schoolgericht maatschappelijk werker.

Deze bekijken de hulpvraag en alle deelnemers denken mee over een adequatere aanpak. Er komt een aangescherpt plan waar eventueel een onderzoek aan vooraf kan gaan. Indien de school extra hulp of expertise nodig heeftom dit aangescherpte plan te verwezenlijken kan een interventie (10 uur) of arrangement (max. 6 mnd) worden aangevraagd bij het samenwerkingsverband. De hulp van het samenwerkingsverband is altijd gericht op de leerkracht, nooit individueel voor het kind.

Als de school in handelingsverlegenheid is (niet meer weet wat te doen om het kind verder te helpen of niet meer in staat is datgene wat nodig is te bieden) en/of er op meerdere gebieden problemen zijn, dan kunnen de leerkracht en de IB-er samen met de ouders, het kind aanmelden bij het ZorgAdviesTeam (ZAT). De school en/of ouders  formulereneen hulpvraag en het ZAT buigt zich over het complete dossier van het kind, inclusief het formulier dat de ouders hebben moeten invullen. Het ZAT formuleert handelingssuggesties waarmee de school verder kan. De school (IB-er, leerkracht) stelt aan de hand van de uitkomsten een begeleidingsplan op voor het kind en bespreekt dat met de ouders.

Het kan voorkomen dat de problemen zo gecompliceerd zijn dat het kind meer gebaat is bij een andere of speciale vorm van onderwijs.De schoolcontactpersoon, de ouders en de school (IB-er, leerkracht) trekken in dit traject samen op.

In sommige gevallen zal blijken dat een kind, ondanks extra inspanning(en), niet op het niveau van de groep of het door ouders gewenste niveau kan functioneren. Hoe vervelend en naar dat ook is: soms is dat zo. We zullen altijd inspanningen leveren om ieder kind zo goed mogelijk tot zijn recht te laten komen maar wel binnen de mogelijkheden en grenzen die we hebben en die hierboven beschreven staan. Als u zelf een probleem ervaart met uw kind(eren) of vindt dat uw kind meer hulp kan gebruiken dan wij  bieden kan de leerkracht u doorverwijzen naar andere instanties.

Kwaliteit van onderwijs

Goed onderwijs valt of staat met de kwaliteit van de onderwijsgevenden. Dat vraagt, naast de dagelijkse lesgevende taken, van iedereen deskundigheidsbevordering en scholing. Wij werken met en binnen ons team veel samen, krijgen lesbezoeken en kijken bij elkaar in de klas. Startende leerkrachten worden bij ons gecoacht om aan de manier van werken en de te verwachten basiskwaliteit te kunnen voldoen.